Blog

Blog

Ingrid van der Heijden MA, leerkracht in het basisonderwijs en gespecialiseerd in jeugdliteratuur en de vele toepassingen daarvan. Is daarnaast educatief auteur en schrijft recensies voor NBD Biblion en de website Leesfeest.

Taalontwikkeling bij het jonge kind

 

Het beste voor ieder kind

Veel ouders zijn heel bewust bezig met de opvoeding van hun zoon of dochter. Bijvoorbeeld met het stimuleren van de taalontwikkeling. Maar hoe verloopt de taalverwerving bij jonge kinderen en op welke manieren kan die gestimuleerd worden? In deze blog staan de antwoorden op deze vragen. Eerst worden de verschillende leeftijdsfase van kinderen benoemd en hoe de taalverwerving in deze fasen verloopt. Vervolgens volgen tips waarmee ouders gedurende de dag bewust met taal bezig kunnen zijn.

 

Hoe verloopt de taalontwikkeling van een baby?

Baby’s leren taal al voordat ze zelf kunnen praten. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het luisteren naar de stem van de ouders. Daarvan wordt de baby rustig, en draait het hoofd gericht naar de stem die hij hoort. Dit wordt al gezien als de eerste tekenen waarmee taal ontwikkeld wordt. De manier waarop volwassen intuïtief de taalontwikkeling van hun baby stimuleren is door het gebruik van veel korte zinnen, hoge tonen, veel verkleinwoordjes en kirrende geluidjes. Deze taal waarmee tegen baby’s wordt gesproken wordt ook wel ‘motherese’ genoemd. Vaak herhalen ouders dezelfde woorden. Dat heeft een positief effect op de taalverwerving, op die manier leert een baby de taal sneller te beheersen dan dat het steeds andere woorden zou horen.

 
Ook al kan een baby zelf nog niet praten, het is wel van belang om tegen een baby te praten. Vanaf drie maanden kan een baby al zelf klanken maken. Dit wordt ook wel pre -linguïstische communicatie genoemd. Daarmee wordt de communicatie door middel van klank en gebaren bedoeld. De baby communiceert dus wel, maar dan zonder woorden te gebruiken.

 
Een ander aspect van de spraak- en taalontwikkeling is het leren interpreteren van verschillende gezichtsuitdrukkingen en om betekenis te geven aan gebaren. De aandacht voor lichaamstaal mag daarom niet onderschat worden. Vanaf ongeveer zeven maanden begint een baby met brabbelen. De baby gaat zijn stembanden uitproberen en leert daarnaast verschillende klanken achter elkaar te zeggen. Daarbij gebruikt de baby ook verschillende toonhoogtes. Ze proberen de klanken die ze horen na te bootsen. Een dreumes van jaar oud, herkent het zijn naam en woorden en gaat erop reageren.

 

Hoe verloopt de taalontwikkeling van een peuter?

In het jaar waarin een dreumes zich ontwikkelt tot een peuter luisteren kinderen vooral naar de taal die ze om hen heen horen, zonder daarbij zelf te spreken. Door te luisteren en te oefenen maken kinderen zich de taal eigen. In het begin veranderen de klanken in echt woordjes. Het kind leert praten. Met één woordje kan een kind al veel duidelijk maken. Dit worden ook wel eenwoordzinnetjes genoemd. Dit zijn woordjes die naar verschillende dingen of mensen verwijzen. Na deze fase volgen de twee woordzinnen waarmee relaties tussen woorden worden gelegd.
Het aantal woorden dat een kind gebruikt, wordt voortdurend uitgebreid. De actieve woordenschat van een tweejarige varieert tussen de vijftig en zeshonderd woorden. Met actieve woordenschat worden woorden bedoeld die het kind zelf gebruikt. De passieve woordenschat is veel groter, dat zijn de woorden die het kind begrijpt.
De verschillen in actieve woordenschat onder peuters zijn erg groot. Dat verschil ontstaat door het taalaanbod van de omgeving waarin een kind opgroeit. Hoewel ieder kind een aangeboren taalleervermogen heeft, kunnen ze dat alleen toepassen bij een goed taalaanbod. Als er veel tegen een kind wordt gepraat wordt de woordenschat sneller uitgebreid. Als het taalaanbod in de omgeving van het kind goed is, leren kinderen vanzelf meer woorden en begrippen te begrijpen, maar ook te gebruiken. De rol van volwassen in de omgeving van een kind is daarom cruciaal. Die volwassene moet begrijpelijke taal spreken en het kind stimuleren om veel te praten. Dat kan door feedback te geven op wat het kind zegt en door samen gesprekjes te voeren.

 
Peuters begrijpen veel meer dan ze zelf kunnen zeggen. Als een peuter drie jaar oud is begrijpt het veel woorden en zinnen. Hij zal zelf steeds meer woorden gaan gebruiken en zinnen van drie tot vier woorden maken. Hij is in staat om dingen te benoemen maar ook om ideeën en gevoelens te beschrijven. Ook stellen kinderen in deze leeftijdsfase veel vragen. Door hier uitgebreid op te antwoorden wordt de woordenschat uitgebreid en de taalontwikkeling gestimuleerd.

 

Hoe verloopt de taalontwikkeling van een kleuter?

Doordat de basis voor taal voornamelijk in de thuissituatie wordt gelegd, kunnen de verschillen tussen kleuters die op de basisschool beginnen, erg groot zijn. Kinderen waarbij thuis veel en op een gevarieerde manier aandacht is besteed aan het stimuleren van de taalontwikkeling hebben een enorme voorsprong op kinderen waarbij weinig is gesproken gedurende de eerste vier levensjaren. Dat verschil uit zich bijvoorbeeld in de volgende cijfers waarmee de woordkennis van vierjarigen wordt aangegeven. Kinderen waar thuis voornamelijk een andere taal wordt gesproken kennen 1000 woorden. Kinderen uit een taalarme omgeving waar niet wordt voorgelezen beschikken over een woordkennis van 1500 woorden. Het verschil is groot met kinderen waar veel tegen gepraat is en waar thuis veel is voorgelezen. Deze kinderen hebben een gemiddelde woordkennis van 3500 woorden. De verschillen worden bepaald door de mate van algemene aandacht, het al dan niet veel voorgelezen worden en of er veel tegen de kinderen is gesproken.
Op school in de kleuterklas wordt volop aandacht besteed aan beginnende geletterdheid. Hiermee wordt verwezen naar een aantal doelen die kinderen ontwikkelen rondom taal. Dit heeft onder andere te maken met boekoriëntatie; weten dat je van rechts naar links leest en dat de kaft al iets verklapt over de inhoud. Daarnaast leren kinderen dat letters verwijzen naar bepaalde klanken, en dat woorden uit klanken zijn opgebouwd. Ook het auditieve aspect krijgt veel aandacht in het kleuteronderwijs, welke letter hoor je het eerst in het woord en kinderen leren woorden in stukjes te hakken (lettergrepen).

 

Op een eenvoudige manier dagelijks de taalontwikkeling stimuleren

Zoals uit bovenstaande blijkt gaat de taalverwerving voor een groot deel vanzelf. Toch is het goed om bewust de taalontwikkeling van een kind te stimuleren, de omgeving waarin het kind opgroeit heeft hierop een grote invloed.
Met jonge kinderen is het goed om veel liedjes te zingen, ook met baby’s! Het gebruik van gebaren die de liedjes ondersteunen maakt het extra leuk voor kinderen. Ook het voorlezen is een goede manier om kinderen te omringen met veel taal. Het is daarbij niet erg om vaak hetzelfde boek te lezen. Kinderen zijn dol op herhalingen. Met het voorlezen aan baby’s kan niet vroeg genoeg begonnen worden.
Daarnaast is het belangrijk om alle dagelijkse bezigheden te benoemen. Het voelt in het begin misschien een beetje vreemd, maar het is wel de manier waarop kinderen taal leren.

 
Als een kind wat ouder is, is het goed om in gesprek te gaan. Dit kan door zoveel mogelijk open vragen te stellen zodat kinderen ruimte krijgen voor eigen inbreng. Vragen stellen tijdens het voorlezen is ook een goede manier om een gesprek aan te knopen. Door het verhaal te voorspellen of te vragen naar het belangrijkste dier in het verhaal leert het kind om andere woorden te gebruiken dan in het dagelijks leven. Beginnende geletterdheid wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld woorden in letters te verdelen: wil je de m-e-l-k even aangeven? Daarnaast is het goed om kinderen te wijzen op woorden die rijmen. Maar ook door bij een tekening op te schrijven wat het kind heeft getekend. Zo leert het dat letters verwijzen naar dingen uit de werkelijkheid.

 

Het stimuleren van taal, geef kinderen een zetje in de goede richting

Door te zingen, voor te lezen en veel tegen kinderen te praten wordt hun taalontwikkeling op een positieve manier gestimuleerd. De rol van ouders is daarbij essentieel. Kinderen die zijn opgegroeid in een taalrijke omgeving hebben een enorme voorsprong op kinderen uit een taalarme omgeving. Het is erg leuk voor jong en oud om met taal bezig te zijn. Geef kinderen het juiste voorbeeld en daarmee een zetje in de goede richting voor een stevige basis op het gebied van taal!

 

Meer lezen

Op deze website staan veel voorleestips voor kinderen in verschillende leeftijdsfasen. Ook wordt er verwezen naar liedjes en digitale prentenboeken.

Voorleestips


Op deze website staan meer specifieke voorleestips over het voorlezen aan baby’s.
https://wij.nl/baby-groei-ontwikkeling/artikel/voorleestips-voor-babys
Wetenschappelijke informatie over voorlezen
https://www.leesmonitor.nu/nl/voorlezen
Ideeën om beginnende geletterdheid te stimuleren in de klas. Deze tips zijn ook thuis toepasbaar.
https://www.jufanke.nl/taal.html

 

Bronnen

Stimuleren taalontwikkeling baby


https://wij-leren.nl/steven-pont-taalontwikkeling.php
Folder praatmaat groep
https://www.depraatmaatgroep.nl/uploads/documents/folderdef.pdf

Naus, H. (2006). Portaal. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

 
 
 
 
 
 

Voorlezen op verschillende manieren

 

Voorlezen, niet alleen op de klassieke manier

Samen een boekje lezen, zowel kinderen als volwassen genieten hier van. Lekker in bed of op de bank luisteren naar een verhaal. Samen kijken en lezen in het boek. Dit is de klassieke manier van voorlezen. Voorlezen gebeurt thuis, maar ook op school. Met de Nationale Voorleesdagen 2019 in het vooruitzicht, is het goed om eens stil te staan bij de diverse manieren waarop kan worden voorgelezen. Ook de verschillende middelen die daarbij kunnen worden ingezet komen in deze blog aan bod.

WWW.NATIONALEVOORLEESDAGEN.NL

 

Het doel van voorlezen

Het doel van voorlezen is voornamelijk het plezier dat voorlezer en het kind beleven aan het verhaal. Door een intiem moment te creëren, ontstaat een fijne sfeer om exclusieve tijd met het kind door te brengen. Hierdoor wordt de band tussen ouder en kind versterkt.

Naast deze emotionele voordelen is voorlezen ook erg goed voor de taalontwikkeling. Zo wordt de woordenschat uitgebreid, krijgen kinderen inzicht in verhaalstructuren en ontwikkelen kinderen gevoel voor taal. Daarnaast leren kinderen om goed te luisteren en hun eigen gedachten te toetsen aan ideeën die in het verhaal voorkomen. Voorlezen is dus niet alleen leuk, maar kinderen pikken spelenderwijs ook veel aspecten van taalontwikkeling op.

 

Wanneer kun je beginnen met voorlezen?

Met voorlezen kun je niet vroeg genoeg beginnen. Baby’s begrijpen dan misschien nog niets van wat er gezegd wordt, ze herkennen vanaf de eerste dag al wel de stem van de ouder. Door daar naar te luisteren krijgen ze een vertrouwd gevoel. Voor baby’s is er heel veel te ontdekken, door een boekje te pakken wordt de nieuwsgierigheid geprikkeld. Door te vertellen wat er te zien is op de tekeningen wordt de belangstelling van de baby gewekt en leert hij ook om zijn aandacht op iets te richten.

 

Voorlezen aan baby

Door voor te lezen horen baby’s andere woorden dan de woorden die in het dagelijks leven worden gebruikt. Door naar plaatjes te kijken terwijl de voorlezer vertelt wat er te zien is leren kinderen om een verband te leggen tussen een woord en dat wat te zien is op het plaatje. Zo verkrijgen kleine kinderen meer woordenschat en krijgen meer grip op de wereld om hen heen. Dat geldt niet alleen voor baby’s maar ook voor peuters en kleuters.

 

Voorlezen aan peuters

Hoe ouder het kind, hoe groter de wereld om hem heen wordt. Boekjes voor peuters gaan vaak over dingen in en om het huis en dagelijkse activiteiten. De boekjes sluiten aan bij de belevingswereld van peuters, ze komen er iedere dag mee in aanraking. Ook zijn er boekjes waarbij de tekst op rijm is geschreven. Dat vinden kinderen geweldig. Na een tijdje ontwikkelen ze gevoel voor rijm en zijn zelfs in staat om de rijmwoorden zelf in te vullen.

 

Voorlezen aan kleuters

Als kinderen naar de basisschool gaan, verandert is ineens veel. De vertrouwde situatie thuis wordt voor een groot deel in de week omgeruild voor de gezelligheid in een klas. De belevingswereld van kleuters wordt letterlijk verruimd. Het aanbod aan boeken kan daarop worden aangepast. Kinderen krijgen interesse in onderwerpen die wat verder van het dagelijks leven verwijderd zijn. Fantasievolle verhalen over ridders en prinsessen doen het goed. Of verhalen waarin de kinderen en ouders juist doen hoe het niét ‘hoort’. Maar ook onderwerpen als wilde dieren of verre landen zijn dingen die kleuters kunnen boeien. De verhalen worden complexer en kinderen ontwikkelen steeds meer gevoel voor taal terwijl ondertussen hun woordenschat wordt uitgebreid. Een mooi middel daarbij is interactief voorlezen.

 

Wat is interactief voorlezen?

Met interactief voorlezen wordt de activiteit bedoeld waarbij naar aanleiding van een boek, vaak een prentenboek, gesprekken ontstaan. Er worden vragen voorafgaand aan het verhaal gesteld, tijdens het voorlezen en daarna. Hierdoor ontstaan gesprekken waarbij de kinderen actief worden betrokken. Interactief voorlezen kan thuis, maar het wordt ook vaak toegepast in de klas. De leerkracht en leerlingen gaan tijdens het interactief voorlezen voortdurend met elkaar in interactie. De leerlingen geven antwoord op de vragen van de leerkracht, vertellen eigen ervaringen en reageren op elkaar.

 

Doelen interactief voorlezen

De doelen van interactief voorlezen zijn specifieker dan de doelen die bereikt worden door het klassiek voorlezen. Om in onderwijstermen te spreken, zijn er verschillende leerdoelen die ten grondslag liggen aan het idee van interactief voorlezen.

  • Leerlingen leren actief en kritisch te luisteren naar een verhaal. Dat is nodig om de vragen van de leerkracht te kunnen beantwoorden.
  • Leerlingen worden uitgedaagd om taal te gebruiken om zo nog meer kennis van woorden en taalstructuren te verwerven. Door de vragen die gesteld worden en de gesprekken die ontstaan, wordt de kennis over de betekenis van woorden vergroot.
  • Leerlingen breiden hun passieve en actieve woordenschat uit. Woorden worden in verschillende contexten aangeboden en waardoor ze sneller eigen worden gemaakt.
  • Leerlingen leren te luisteren naar elkaar, te reageren op elkaar en te leren van elkaar.
  • Leerlingen worden gestimuleerd in hun denkontwikkeling. Door de verhalen die worden voorgelezen worden leerlingen uitgedaagd om na te denken over situaties die eerder nog onbekend waren.
  • Leerlingen leren om het verhaal te koppelen aan eigen belevenissen. Door naar verhalen te luisteren leren kinderen om zich in een ander te verplaatsten. De ervaringen van personages kunnen gekoppeld aan de ervaringen van een kind.

 

Voorbeeldvragen interactief voorlezen

Voordat daadwerkelijk wordt begonnen met voorlezen wordt het boek op een aantrekkelijke manier geïntroduceerd. Hierdoor worden de kinderen geprikkeld en nieuwsgierig naar het verhaal. Daarna kunnen vragen gesteld worden over de kaft van het boek. Vaak valt daar al veel uit af te leiden. Voorbeeldvragen voor het voorlezen zijn:

Vooraf
Wat zie je allemaal op de kaft?
Waar denk je dat het verhaal over zal gaan?
Wie denk je dat het belangrijkst zijn in het verhaal?

Tijdens het voorlezen kunnen ook vragen gesteld worden. Het is belangrijk om niet bij iedere pagina uitgebreid het gesprek uit te gaan. Kies een paar belangrijke pagina’s uit om te bespreken. Dat geldt ook voor het uitlichten van onbekende woorden. Per voorlees moment kunnen ook andere vragen gesteld worden. Door het boek meerdere keren voor te lezen ontstaat verdieping en kan geprofiteerd worden van de opbrengsten van interactief voorlezen. Enkele voorbeeldvragen voor tijdens het voorlezen zijn:

Tijdens
Wat zie je allemaal in de tekening?
Wat denk je dat er gaat gebeuren? Waarom denk je dat?
Heb jij dat ook wel eens meegemaakt of heb jij dat ook wel eens gevoeld?
Wat zou jij doen als je dit zou meemaken?

Na afloop van het verhaal kan teruggekoppeld worden op de voorspelling van de loop van het verhaal. Vragen die achteraf gesteld kunnen worden:

Achteraf
Klopte het wat je verwacht had dat er zou gebeuren?
Wie waren het belangrijkste in het verhaal?
Op welke plaatsen zijn de dieren/ personen allemaal geweest?
Wat vond je van het verhaal? Werd je er blij, boos of soms verdrietig van. Kun je ook uitleggen waarom?

 

Interactief voorlezen met pictogrammen

Veel vragen die gesteld worden bij het interactief voorlezen zijn te vatten in pictogrammen. Denk hierbij aan een pictogram voor ‘wie’, ‘waar’, ‘probleem’, ‘oplossing’, ‘begin’ en ‘einde’. De pictogrammen dienen als visuele ondersteuning voor de kinderen om de verhaallijn beter te begrijpen. Door kort antwoord te geven op vragen die bij de pictogrammen horen, ontwikkelen kinderen gevoel voor de verhaallijn en verhaalstructuren.

 

Interactief voorlezen met handpop

Veel lesmethodes die in de kleutergroepen worden gebruikt, worden geleverd met een handpop. Deze pop is geen verlengde van de leerkracht, maar een vriendje van de kinderen. De pop weet minder dan de kinderen. Daardoor worden kinderen uitgelokt om de pop te helpen, of te zeggen hoe het wel zit. De pop kan net als de kinderen emoties hebben. Gevoelens die in het verhaal voorkomen kunnen gereflecteerd worden in het gedrag van de pop. Doormiddel van de handpop kunnen kinderen op een toegankelijke manier uitgenodigd worden om hun emoties te tonen en over het verhaal te vertellen.

 

Digitale prentenboeken

Tegenwoordig wordt er niet alleen meer op de klassieke, dan wel interactieve manier voorgelezen. Met de intrede van de digitale media zijn er ook digitale prentenboeken ontstaan. Op deze manier wordt het voor kinderen extra aantrekkelijk gemaakt om zelf op ontdekking te gaan met een boek of om spelenderwijs voorgelezen te worden. Er zijn zogenaamde geanimeerde prentenboeken. Hierbij wordt het boek per pagina voorgelezen met als extra toevoeging beeld en geluid. Kinderen zien het boek op beeld en horen de tekst die voorgelezen wordt. Vaak worden er ook nog extra bewegingen of geluiden toegevoegd. Er zijn ook middelen beschikbaar waarbij tijdens het voorlezen vragen worden gesteld. Daarnaast zijn er ook apps beschikbaar waarmee kinderen op een interactieve manier door een boek kunnen gaan. De aantrekkingskracht van deze apps is vaak groot.

WWW.WEPBOEK.NL

 

Voorlezen op YouTube

Op YouTube zijn ook veel filmpjes te vinden waarin boeken worden voorgelezen. Er zijn grote kwaliteitsverschillen. Er zijn filmpjes beschikbaar waarin je iemand hoort voorlezen terwijl je naar de plaatjes kijkt, maar er zijn ook filmpjes waarin passende muziek te horen is of kinderen aan het denken worden gezet door middel van vragen. Het gebruik van digitale media is een mooie aanvulling op het klassiek of interactief voorlezen, maar zeker geen vervanging.

 

Als voorlezen niet vanzelf gaat

Helaas is voorlezen niet voor ieder kind een vanzelfsprekendheid. Denk bijvoorbeeld aan kinderen met een beperking op het visuele vlak of met een taalontwikkelingsachterstand. Het mooie aanbod aan prentenboeken is vaak niet toereikend om deze kinderen optimaal te laten profiteren van de voordelen van voorlezen. Dat is jammer, want juist deze kinderen kunnen veel baat hebben bij het luisteren naar een mooi voorleesverhaal. Gelukkig zijn er initiatieven die voorzien in deze behoefte.

 

Tactiele prentenboeken

Tactiele prentenboeken moeten niet verward worden met voelboekjes. Bij voelboekjes kunnen kinderen vaak een zacht vachtjes van een schaap of een ander dier voelen. Een slang heeft weer een andere textuur, ieder object zorgt voor een andere beleving. Vaak zijn deze boeken interessant voor jonge kinderen. Tactiele prentenboeken zijn van een andere orde.

Tactiele prentenboeken zijn geschikt om samen met een visueel beperkt kind te lezen. Doormiddel van een prentenboek met braille en tactiele illustraties kunnen beperkte kinderen ook genieten van een mooi boek. Een voorwerp dat een rol speelt in het boek kan worden meegeleverd zodat het kind dat ook kan voelen. Een belangrijk onderdeel is vaak de leeswijzer. Hierin staan voorleestips die specifiek ingaan op het verhaal. Door bepaalde woorden uit te lichten, te verklaren of uit te beelden wordt de voorleeservaring verrijkt. Op die manier wordt gewerkt aan taalontwikkeling. Ook kinderen met een taalontwikkelingsachterstand hebben profijt van deze manier van voorlezen.

 

WWW.PRENTENBOEKENPLUS.NL

 

Klassiek voorlezen, interactief of digitaal?

Zoals uit deze blog blijkt, kan voorlezen op verschillende manieren gebeuren. Op een klassieke manier, interactief, met digitale middelen of prentenboeken met voelbare tekst en illustraties. Het beste is om de verschillende manieren van voorlezen af te wisselen. Afhankelijk van het kind en de situatie sluit een bepaalde manier van voorlezen beter aan bij het kind. Veel leesplezier!